Kraai: Buurvrouw – De muggen
14.08.09Buurvrouw is een reeks van Maarten Inghels die één keer per week verschijnt op onze website. Het gaat over een huis, de straat en het café om de hoek. De personages spelen evengrote rollen als de sanseveria, de muggen en de tafel waaraan ze koffie drinken.
Soms blijft Buurvrouw laat op, schenk ik haar wijn en luisteren we eindeloos naar hetzelfde liedje. Het is een heel donker nummer. Buurvrouw zegt dan dingen als: ‘Mannen willen nooit luisteren. Of beter: mannen kunnen niet luisteren wanneer ze ook iets anders aan het doen zijn.’ Ik probeerde heel aandachtig te luisteren, zoals ik nog nooit eerder had gedaan. Na enkele uren dacht ik zelfs de wind langs de voegen van de houten plankenvloer te horen. Ik luisterde naar het gekreun van de boekenplanken. Ik antwoordde:
‘ik denk vaak dat ik zowel blind, doof en stemloos ben. Ik kan niet ruiken, voelen en proeven.’ Buurvrouw zei niets terug.
Wanneer de muggen wakker worden en naar de gloeilampen vliegen, knip ik de lichten uit en zet enkele kaarsen in een fles. We luisteren enkel naar het gezoem rondom onze hoofden en het geknisper van motten en muggen die in de flakkerende vlam van de kaarsen vliegen om met een luid gesis te verbranden. Rond de flessen liggen zwarte lijkjes waarvan de vleugels tegen elkaar kleven. Af en toe klapt één van ons in de handen wanneer hij denkt een mug te kunnen vangen. Achteraf vegen we onze handen met rode vlekjes aan de zitbank af.
Op een avond kwam Buurvrouw niet meer thuis, hoelang ik ook wachtte. Wanneer de secondewijzer de twaalf bereikte ververste ik telkens ‘Postvak IN’ op de computer, werd daarna boos en gooide met boeken en gaf de sanseveria’s water tot ze bijna uit hun bloempotten gingen drijven.
De volgende ochtend bleef haar kamer dicht en brandde het licht enkele dagen niet. Dat zag ik door onder de kier van haar deur te gluren. Na zes dagen kwam ze weer thuis. Ik hoorde gestommel op de gang, het onregelmatige getik van haar hakken, een droge hoest en de klap van haar deur die in het slot viel. Minutenlang bleef het stil in het trappenhuis. Die avond vertelde ze bij een glas witte wijn waar ze was geweest. Ondertussen streelde ik de voering van de gestoffeerde bank. Ik had de witte hoes gewassen bij de wasserette om de hoek. Ik luisterde niet, heb niets gehoord, en evenmin onthouden.














augustus 15, 2009 om 1:51 am
Geweldig Maarten!