KARKAS: Proza: Trein

05.01.11

Door Astrid Haerens

Trein

Het is koud op het perron. Ze wacht. De trein dendert het station binnen en stopt recht voor haar. Ze klimt de trappen op. Ze is als eerste op de trein. Ze loopt de wagon door en gaat zitten. De trein vertrekt, plots en zonder aankondiging. Ze drukt haar lippen tegen het raam, het glas is koud. Haar ogen vullen zich met tranen, de wagon schokt hard in een eerste bocht.
De trein gaat sneller, het schokken wordt glijden, de hoeken van de trein worden afgerond door de wind. Het is stil, de trein is een glazen kist, vacuüm, ze dempt alle geluiden van buiten, er is enkel beeld.
Het is winter, de velden zijn bedekt met sneeuw, alles lijkt blauw. Ze ziet hoe rook oplost in de wolken, hoe de wolken in de aarde verzinken, de hemel is vluchtig en ijl. De akkers liggen braak. Afgesneden maïsstengels steken uit de grond als verwrongen vingers van magere reuzen. Ze ademt tegen het glas. Ze huilt.
De velden gaan voorbij. De huizen gaan voorbij. Ze wordt gedragen doorheen het landschap, alles wat naar haar toe lijkt te komen verdwijnt opnieuw, zij werpt blikken naar een boom, een huis, een vogel, ze probeert ze vast te houden, de dingen naar haar toe te trekken, het lukt niet.
Tranen vallen in haast onzichtbare druppels naar beneden, ze rollen over de vloer van de treinwagon, ze raken de schoenen van de medereizigers, ze hebben het niet door.
Ze staat op en loopt door het gangpad.
Ze ziet vreemde mensen in de wagon. Ze kijkt naar de grond, ze ziet hun schoenen, ze zijn nat, de vloer is vochtig en vuil. Ze blijft kijken naar beneden, ze staat doodstil en houdt haar adem in. Ze kijkt weer omhoog en ziet het, plots.
Ze ziet hoe iedereen huilt,
de mensen drukken hun gezichten tegen de ramen van de trein, ze blazen krampachtig met hun lippen tegen het raam en duwen hun hoofden tegen het glas, harder, harder, ze huilen met hun mond, met hun neus, met hun wenkbrauwen, hun ogen zijn wijd opengesperd, ze knipperen niet. Hun blikken zijn naar binnen gekeerd, hun schouders zijn omhoog getrokken en verbergen hun bleke halzen. Ze ademen samen, als een verborgen koor, ingehouden en snel. Hun kleurloze lippen bewegen tegen het koude glas. Ze blazen hun tranen in wolken op de ramen. Alles verdampt.

Het is oorverdovend stil.

back to top

Geen reacties

Er zijn momenteel nog geen reacties om weer te geven. Plaats zelf een eerste reactie.

back to top

Reageer

back to top