Kraai
In zijn nieuwste bloemlezing De 21ste eeuw in 185 gedichten laat Gerrit Komrij zijn licht schijnen over de jonge dichters van de 21ste eeuw. Maarten Inghels staat met 7 gedichten in het boek. Beluister het interview met Maarten Inghels op Cobra.be.
In de reeks Grote zus schrijft Willem Claassen over zijn zeven jaar oudere en dertig centimeter kleinere zus. Zij heeft het Downsyndroom. Om de zes weken een nieuwe aflevering. Deze week Non.

Non
Verkleed als non zat ze naast me in de auto. Ze friemelde aan het koordje van de nonnenkap dat onder haar kin knelde. We zaten in een sneeuwstorm. Het was plotseling begonnen en had in korte tijd de weg spekglad gemaakt. Ik reed 30 waar ik 80 mocht en moest me goed concentreren om niet te slippen. De ruitenwissers gingen driftig op en neer. Mijn grote zus had het niet in de gaten. Zij was bezig met het koordje en dat verdiende al haar aandacht.
lees meer
In de reeks De Plantage schrijft Dennis Gaens over een fictief schrijverscafé, waar de fictieve talenten van de fictieve literatuurwereld fictieve gesprekken voeren. De reeks is fictief en kent elke zes weken een nieuwe aflevering.

Achter de loods in de tuin staan minimaal drie auto’s die ik niet ken. Een groene Opel Astra Stationwagon, een zilveren Audi en een foeilelijk paars busje met felgekleurde stickers langs de zijkant. Dat soort auto’s maakten ze alleen in de jaren negentig, vermoedelijk onder de invloed van XTC.
Aan de overkant staat mijn huisbaas op het dak van een nog te voltooien schuur. Hoewel er een verlaten fabrieksterrein van een paar honderd meter tussen ons in ligt, versta ik elk woord dat hij naar de bouwvakkers schreeuwt. Hoe lang die schuur uiteindelijk zal blijven staan, is bij lange na niet zeker. Mijn huisbaas bouwt alles zonder vergunningen en vecht het later uit met de gemeente. Hij bouwt graag. Ik denk dat hij graag een kolonist was geweest.
Dit is wat vanochtend gebeurd is en nu zit ik de Plantage met precies die twee alinea’s uitgetypt voor me op het scherm. Overdag zijn de meesten hier nuchter en typen gedisciplineerd op laptoptoetsenborden. ’s Avonds is iedereen dronken en krabbelen de meesten van ons onleesbare oneliners en verhaalideeën op elk stukje papier dat maar te vinden is. De Plantage is ons café en wij, wij zijn de schrijvers van de toekomst. Nergens verdwijnen er zoveel bierviltjes als hier. lees meer
In de reeks Grote zus schrijft Willem Claassen over zijn zeven jaar oudere en dertig centimeter kleinere zus. Zij heeft het Downsyndroom. Om de zes weken een nieuwe aflevering. Deze week ‘Mongool’.

Mongool
Ik zat in groep zeven toen ‘mongool’ aan een opmars begon. Eerst waren het alleen de jongens aan wie ik toch al een hekel had. Weinig verrassend, zij spuugden ook met ‘kut’, ‘lul’ en ‘kanker’. Als ze tijdens de pauze weer eens iemand in de zandbak duwden en ‘mongool’ riepen, had ik sterk de neiging om ze aan te spreken met ‘dat mag je niet zeggen’. Maar ik was verstandig. En laf.
lees meer
Het Poolse Meisje is het tweede deel van de reeks Met Mevrouw Hendrix achter de toog. Deze gastbijdrage werd geschreven door Mevrouw Hendrix herself.

Het Poolse Meisje
Het is gezellig in café-feestzaal de Vonkel. De regen slaat tegen de ramen en af en toe loopt er iemand met een hond voorbij, dicht in de jas gedoken of vechtend met een paraplu.
Frans tapt het bier en bij Frans mag gewoon nog gerookt worden. De hoge heren in Den Haag die sturen toch niemand naar zo’n gat en bij de aanloop van een vreemde hebben de vaste klanten beloofd de asbak achter het randje aan de bar te zetten.
Bij de Vonkel zijn vaste klanten nog vaste klanten.
De Vonkel heeft er drie.
Binnen is het warm en Sjeng, Funs en Bèr zitten aan de bar.
Er wordt wat gepraat over het werk, over het weer. Niets dat nog nooit verteld is. En zwijgen is ook een prettige bezigheid.
lees meer
“Wat de hier gebundelde schrijvers wel kunnen laten zien, is potentieel. En dat doen ze ook. De schrijvers halen een goed gemiddelde, er staan enkele zeer mooie volzinnen in, en het plezier van het vertellen spat er bij momenten van af. Laat dat volstaan om de literaire boeken voorlopig nog niet dicht doen,” schrijft Jeroen de Preter over het pasverschenen ‘Print is Dead’, de bloemlezing van jonge helden van eigen bodem. Klik hier om de volledige recensie te lezen en ontdek wat hij te zeggen heeft over Jan Aelberts en Maarten Inghels van Kraai.
‘Print is Dead’ is te koop in de boekhandel.
In de reeks De Plantage schrijft Dennis Gaens over een fictief schrijverscafé, waar de fictieve talenten van de fictieve literatuurwereld fictieve gesprekken voeren. De reeks is fictief en kent elke zes weken een nieuwe aflevering.

Overdag eten we hier koffiekoekjes en appeltaart, ‘s avonds nacho’s en tosti’s. De menukaart van De Plantage is beperkt, want, zo de eigenaar, ‘schrijvers eten niet, schrijvers drinken.’ De Plantage is ons café en wij, wij zijn de schrijvers van de toekomst. Nergens gaan de koffiekoekjes er zo snel doorheen als hier.
Ik bestel mijn vierde koffiekoekje met espresso sinds ik hier een uur geleden ben binnengewandeld. Ik kende een zanger die zich alleen maar voedde met wat er in de snoepautomaten op het station te vinden was. Ik vond dat rock ‘n’ roll. En zoiets wilde ik ook: laten zien dat ik boven mijn lichaam sta. Ik ben schrijver. Ik heb geen tijd om te eten.
lees meer
Wie zagen we op pagina 9 van Flair prijken deze week? Eva Mouton van Kraai! Klik hier om een grotere versie te bekijken.

In de reeks Grote zus schrijft Willem Claassen over zijn zeven jaar oudere en dertig centimeter kleinere zus. Zij heeft het Downsyndroom. Om de zes weken een nieuwe aflevering. Deze week ‘Televisie’.

Televisie
Het is spannend. Ik zie het aan haar hele lichaamshouding. Ze zit op het puntje van wat eigenlijk een luie stoel moet zijn. De rug kromgebogen, hoofd naar beneden. Af en toe kijkt ze verschrikt op, heel even maar, en dan buigt ze weer het hoofd.
Mijn grote zus zit in de woonkamer, amper een meter verwijderd van het televisiescherm. Het geluid staat op z’n hardst. Daarvoor heeft ze geen excuus, er is volgens mij niets mis met haar oren. Maar dat ze zo dicht op het scherm zit, komt door haar slechte ogen. Het liefst zou ze de luie stoel nog dichterbij trekken. Ze heeft ‘m al een heel eind verschoven, maar de stoel is zwaar. En het vloerkleed doet moeilijk. Het is met de stoel meegeschoven en daardoor een heel eind opgerold. Dichterbij dan dit kan eigenlijk niet.
lees meer
Sjefke is het eerste deel van de reeks Met Mevrouw Hendrix achter de toog. Deze gastbijdrage werd geschreven door Mevrouw Hendrix herself.

Sjefke
Sjef is lang, kalend met bakkebaarden en heet eigenlijk Gert, want heel vroeger toen hij vooral baas-keuken was had hij een bordje boven de keukendeur op de eerste verdieping hangen met de woorden “Ich Chef, Du Nix.”
Er zijn aardig wat vrienden en kennissen van me die op een bepaald moment hebben gedacht dat ik twee verschillende bazen hebben. Gert en Sjef.
Maar we hebben er maar één, bij ons in de kroeg.
Onze Sjef. lees meer