In de reeks Grote zus schrijft Willem Claassen over zijn zeven jaar oudere en dertig centimeter kleinere zus. Zij heeft het Downsyndroom. Om de zes weken een nieuwe aflevering. Deze week: Verjaardag.

Verjaardag
Bij verjaardagen in de familie gaat mijn zus altijd tussen de ooms en tantes zitten. Dat is nooit anders geweest. Ze voelt zich volwassen en wil niet bij de jeugd horen. Dit keer zijn we op het feest van tante Ria. Ook ik zit nu bij de ouderen, want het leeftijdsverschil met de aanwezige neefjes en nichtjes is net iets te groot.
lees meer
In de reeks Grote zus schrijft Willem Claassen over zijn zeven jaar oudere en dertig centimeter kleinere zus. Zij heeft het Downsyndroom. Om de zes weken een nieuwe aflevering. Deze week: Bezoek.

Bezoek
Margo is op bezoek. Wekenlang heeft mijn zus er om gezeurd bij mijn moeder. ‘We kijken wel even,’ zei mijn moeder steeds, omdat mijn zus regelmatig plannen maakt waar ze een dag later niet meer achter staat. Bovendien moet Margo worden opgehaald en weggebracht. Maar mijn zus hield vol. Deze middag heeft ze eindelijk visite.
lees meer
In de reeks Grote zus schrijft Willem Claassen over zijn zeven jaar oudere en dertig centimeter kleinere zus. Zij heeft het Downsyndroom. Om de zes weken een nieuwe aflevering. Deze week: Bijna poëzie.

Bijna poëzie
Als je aan mijn grote zus vraagt hoe lang haar relatie met Rob al standhoudt – natuurlijk in iets andere bewoordingen – zal ze antwoorden: ‘Vijf jaar’. Maar het kan ook zijn dat ze zegt: ‘Vijf maanden’.
Tijd is een ongrijpbaar verschijnsel voor mijn zus. Als iets anderhalf uur duurt – bijvoorbeeld hoe lang mijn ouders nog weg zijn – dan zeg ik: ‘Dat is drie keer Goede Tijden Slechte Tijden.’ Maar ook daar kan ze zich geen voorstelling van maken en meestal gooit ze dan haar hoofd in haar nek.
lees meer
In de reeks Grote zus schrijft Willem Claassen over zijn zeven jaar oudere en dertig centimeter kleinere zus. Zij heeft het Downsyndroom. Om de zes weken een nieuwe aflevering. Deze week Poppetjes.

Poppetjes
Die middag verveel ik me. Ik zit op mijn slaapkamer, sla een boek open waar ik al dagen doorheen probeer te komen en hoor dan iemand van beneden Lang zal ze leven zingen. Ik doe een poging verder te lezen, maar ben eigenlijk aan het luisteren.
Ik sta op. Met een bijna ceremonieel gebaar leg ik het boek op de stapel ‘niet-uitgelezen’. Dat voelt goed. Ik daal de trap af.
lees meer
In de reeks Grote zus schrijft Willem Claassen over zijn zeven jaar oudere en dertig centimeter kleinere zus. Zij heeft het Downsyndroom. Om de zes weken een nieuwe aflevering. Deze week Non.

Non
Verkleed als non zat ze naast me in de auto. Ze friemelde aan het koordje van de nonnenkap dat onder haar kin knelde. We zaten in een sneeuwstorm. Het was plotseling begonnen en had in korte tijd de weg spekglad gemaakt. Ik reed 30 waar ik 80 mocht en moest me goed concentreren om niet te slippen. De ruitenwissers gingen driftig op en neer. Mijn grote zus had het niet in de gaten. Zij was bezig met het koordje en dat verdiende al haar aandacht.
lees meer
In de reeks Grote zus schrijft Willem Claassen over zijn zeven jaar oudere en dertig centimeter kleinere zus. Zij heeft het Downsyndroom. Om de zes weken een nieuwe aflevering. Deze week ‘Mongool’.

Mongool
Ik zat in groep zeven toen ‘mongool’ aan een opmars begon. Eerst waren het alleen de jongens aan wie ik toch al een hekel had. Weinig verrassend, zij spuugden ook met ‘kut’, ‘lul’ en ‘kanker’. Als ze tijdens de pauze weer eens iemand in de zandbak duwden en ‘mongool’ riepen, had ik sterk de neiging om ze aan te spreken met ‘dat mag je niet zeggen’. Maar ik was verstandig. En laf.
lees meer
In de reeks Grote zus schrijft Willem Claassen over zijn zeven jaar oudere en dertig centimeter kleinere zus. Zij heeft het Downsyndroom. Om de zes weken een nieuwe aflevering. Deze week ‘Televisie’.

Televisie
Het is spannend. Ik zie het aan haar hele lichaamshouding. Ze zit op het puntje van wat eigenlijk een luie stoel moet zijn. De rug kromgebogen, hoofd naar beneden. Af en toe kijkt ze verschrikt op, heel even maar, en dan buigt ze weer het hoofd.
Mijn grote zus zit in de woonkamer, amper een meter verwijderd van het televisiescherm. Het geluid staat op z’n hardst. Daarvoor heeft ze geen excuus, er is volgens mij niets mis met haar oren. Maar dat ze zo dicht op het scherm zit, komt door haar slechte ogen. Het liefst zou ze de luie stoel nog dichterbij trekken. Ze heeft ‘m al een heel eind verschoven, maar de stoel is zwaar. En het vloerkleed doet moeilijk. Het is met de stoel meegeschoven en daardoor een heel eind opgerold. Dichterbij dan dit kan eigenlijk niet.
lees meer
In de reeks Grote zus schrijft Willem Claassen over zijn zeven jaar oudere en dertig centimeter kleinere zus. Zij heeft het Downsyndroom. Om de zes weken een nieuwe aflevering. Deze week ‘Mens erger je niet’.

Ze ruikt meteen onraad als ik de woonkamer binnenkom. Mijn grote zus, zittend aan de hoge tafel, haar korte benen steunend op de stoel aan de andere kant van de tafel, draait haar hoofd een paar graden mijn richting op om te zien wat daar door de kamer beweegt. Die dikke bril van haar helpt maar mondjesmaat. De sterkte van haar ogen is -13 en ze heeft pupillen die altijd maar in beweging zijn. Dat en nog veel meer kreeg ze gratis en voor niks bij haar Downsyndroom.
lees meer
KRAAI plaatst als eerste gastschrijver op zijn website graag Willem Claassen met zijn kortverhaal “Pispaultje”. Willem Claassen (1982) zit in de redactie van Op Ruwe Planken, is werkzaam bij De Wintertuin en schrijft columns voor De Gelderlander. Verder is hij samen met Hanneke Hendrix en Dennis Gaens bezig aan een verhalenbundel. zie www.modderenlijm.nl >> lees meer